skibocht.

De skibocht staat bij het skiën centraal.

Skiën is bochten maken. Dat doen we graag met de ski’s parallel. Maar waarom worden er bochten gemaakt? Daar zijn twee hoofdredenen voor:

  • A. om de snelheid onder controle te houden.
  • B. om uit te wijken of ergens omheen te gaan.

De motivatie om een bocht te maken kan dus haaks op elkaar staan. Bij A. gaat het om snelheid te verminderen of onder4 controle hebben en bij B. gaat het om snelheid te behouden of te verhogen. Zeker in de wedstrijdsport.

De vorm van de skibocht.

Aan de vorm van de skibocht kan veel afgelezen worden.vorm skibocht

Zo heeft de skibocht verschillende vormen. De vorm van de bocht wordt bepaald door de externe krachten . Dat zijn de krachten welke op dat moment op de skiër worden uitgeoefend. De kracht waarmee getrokken wordt, is afhankelijk van de hellingshoek, dus de kleur van de piste waarop gegleden wordt.

Bij groen wordt er minder hard getrokken als bij blauw , rood of zwart. Hoe harder er wordt getrokken hoe sneller er gegleden kan worden.

vorm van de skibocht.

Daarom is het afhankelijk van het doel waarmee de skibocht gemaakt wordt hoe ver deze gemaakt zal moeten worden. Wordt de bocht helemaal afgemaakt dan staan we haaks of dwars op de helling en zo staan we stil.  Hoe minder de bocht afgemaakt wordt hoe sneller er gegleden kan worden. Dit steeds afhankelijk van de externe krachten en de wetten van Newton.

Deze krachten gelden zowel voor de wedstrijdskiër als voor de recreatieskiër. Beide moeten dezelfde externe krachten overwinnen met de interne krachten. Maar er kan wel een verschil zijn, in de grote van de krachten. Hoe steiler de helling is of hoe sneller er gegleden wordt, hoe groter de krachten zullen zijn waar tegen of waarmee er gewerkt moet worden. Want in balans op de ski’s staan, staat steeds centraal. De skibocht zal altijd gemaakt moeten worden met de ski’s parallel zonder te vallen.

De bewegingen of fundamentals zijn voor beide doelgroepen gelijk. Dan zullen ook dezelfde bewegingen in de basis moeten maken.

Parallelskiën.

parallelskien

Maar bij het skiën met de ski’s parallel kunnen we bij het maken van de skibocht grote verschillen zien. Het verschil kan ontstaan door het willen draaien of het willen van richting veranderen. Het willen draaien met de ski’s parallel, wordt vaak met kracht gedaan. De ski’s worden dan met spierkracht vanuit het lichaam gedraaid. Bij het veranderen van richting wordt er door gebruik te maken van de ondergrond van richting veranderd. Denk aan een rijdans en niet aan een wals.

De meeste skiërs hebben de neiging om te willen draaien. Door dat te doen ontstaat er een versnelling. Hierdoor wordt er aan het begin van de bocht versneld terwijl de inzet van de bocht een vertraging moet plaats vinden.

Hier zien we de verschillen tussen het parallelskiën met de verschillen in krachten.

De snelheid bepaalt de krachten welke uitgeoefend worden en welke gebruikt moeten worden.

Situatief skiën.

Bij situatief skiën wordt er door de externe omstandigheden, bepaald wat er gedaan moet worden. Daarom is skiën en zeker het parallelskiën zo veelzijdig. Er zal dan ook niet uitgegaan moeten worden bij het maken van de skibocht van een techniek maar van basisbewegingen of fundamentals. Binnen het skileerplan van het PMTS  skisystems, directparallelskiing, wordt er van 3 basis fundamentals uit gegaan. (Transfer, Release, Engagement). Daarnaast zijn er nog vele secondaire.

Dit zijn de bewegingen welke de ski moet maken en wat de skiër met de ski’s moet doen.

Bij Portes Du Ski te Ridderkerk wordt er van deze principes uitgegaan.

skihouding(Opens in a new browser tab)

skischool(Opens in a new browser tab)

skilessen(Opens in a new browser tab)

juiste beweging skiën.(Opens in a new browser tab)