De ploegskistand.

De ploegskistand, wat wordt er bij het skien vaak gezegd?

Je moet in balans zijn, subtiel en nauwkeurig, op een voet of eerst een ski en dan de tegenovergestelde knie buigen en de ski op de zijkant zetten en de ski leidt je dan gracieus door de bocht.

Om dit met bochten te doen, moet de ervaren skiër over de volgende vaardigheid beschikken, gewicht verplaatsen van voet naar voet met een minimum aan bewegingen, dus een minimum aan verplaatsing van het lichaamszwaartepunt.
Maar, aan de andere kant, als je voeten en ski’s uit elkaar zijn, kost het veel moeite en veel bewegingen van het lichaamszwaarte punt ( de heupen) om van de ene op de andere ski te staan. Verder, is zo’n beweging zelden effectief.  Als een ploegskistand skiër bochten maakt, is het altijd onmogelijk  het gewicht op de binnen ski te houden. De ski hapt, de buitenski slipt weg en wat een elegante efficiënte gesneden bocht zou moeten zijn, eindigt als een lompe glijpartij.

Natuurlijk zeg ik niet houd de voeten of ski’s  stijf tegen elkaar.

Zo’n houding is ouderwets, kunstmatig en leidt nergens naar.
We hebben twee benen, onafhankelijk van elkaar en we zullen ze dan ook onafhankelijk van elkaar moeten gebruiken. Wat ik zeg wel, dat je de voeten makkelijk bij elkaar moet hebben.
Niet alleen door een smalle stand is het makkelijk het lichaamsgewicht te verplaatsen, het is ook absoluut noodzakelijk in sommige ski situaties. Zoals bumps en diepe sneeuw. Wanneer je in de bumps wilt skiën met de ski’s uit elkaar, zal je merken dat een ski op de bump is en de andere ver er onder, dit vraagt om problemen.
Veel beter is het als beide ski’s tegelijk over hetzelfde punt gaan op de bump.
Als je in de diepe sneeuw je voeten (ski’s) bij elkaar kan houden, zullen beide ski’s op het zelfde moment gaan driften, het zal makkelijker worden balans te houden.