Parallelskien of carven

Wat is parallelskien/carven ?

Parallelskien, de meesten noemen dit nu nog carven, maar het is gewoon skiën met de ski’s parallel naast/boven elkaar waarbij beide ski’s onder gelijke hoek op de ondergrond staan.

Kijk eens naar de ski’s, zijn deze uit elkaar of boven elkaar? Ze zijn boven elkaar en niet breed uit elkaar. Kijk maar naar de benen. De ene ski raakt haast de schoen. In een brede stand kan dat niet.

Maar er zijn wel  grote verschillen in de technische uitvoering/benadering.

Over de omschrijving van parallelskien is iedereen het eens.

Maar er zijn grote verschillen in de uitvoering van deze techniek.

A. druk geven. (krachtzetten/duwen op of tegen de ski)

B. druk eraf halen en druk krijgen. (Been buigen ontspannen)

Dit zijn de grote verschillen.

Je kan het vergelijken met een weegschaal.

  • Je kan een schaal laten zakken door er meer gewicht op te leggen.
  • Maar je kunt hem ook laten zakken door bij de ander gewicht af te halen.

Door een been te heffen/ontspannen komt er meer gewicht op het andere been. Dit doen we ook tijdens het lopen.

  • Voor dit laatste hebben wij binnen de PMTS de voorkeur. Dit kost veel minder kracht. Ook is het voor het lichaam een vertrouwde beweging.

Vroeger.

Dit is het parallelskiën zoals het vroeger gedaan werd. Ski’s van hout en skischoenen van leer. Soms zie je deze techniek nog. Hierbij worden de ski’s en de skischoenen tegen elkaar gehouden.

Zo werd er vroeger parallel geskied.

Zo leren we het nu.

De misverstanden rond het parallelskiën/carven.

Kan niet direct geleerd worden.

    • Kan alleen door sportieve mensen gedaan worden.
    • Kan alleen met snelheid worden toegepast.
    • De ski’s moeten aaneengesloten zijn.
    • De ski’s moeten ver breed staan.
    • Is alleen geschikt voor gevorderde of vergevorderde skiërs.

Maar alles valt en staat met de juiste houding op de ski’s.

Zo is het nu en zo was het vroeger. Verschil zit het in het materiaal. Enkels gebogen= knieën naar voren, heupen boven de enkels en handen voor het lichaam. Haaks op de ski’s staan is op een schuin vlak niet loodrecht.

Doordat we op een schuin vlak staan komen er andere krachten op de voeten te staan.

Bij het bochten maken wordt er steeds van kanten gewisseld op een schuin vlak.

De plaats van het zwaarte punt (com) en de heupen spelen hierbij een belangrijke rol.

PMTS = Primary Movements Teaching Systems  = skiën zonder veel kracht te gebruiken.

Direct parallelskiën op een natuurlijke manier. Gebruik maken van dagelijkse bewegingen. Geen houdingen of standjes leren, maar bewegen op de ski’s.

Gebruik maken van de natuurkundige wet van Newton. Een lichaam in beweging volgt een rechtlijnige lijn. Door een externe kracht kan daarin verandering worden aangebracht. Richting verandering.

Benen bij elkaar.

Waarom deze aandacht voor een smalle stand, daarmee bedoel ik benen bij elkaar, als de meeste skileraren, meeste skischolen jaren lang met succes  de skiërs in een brede stand hebben leren skiën? ( Het wordt nu niet meer gedaan in het nieuwe Oostenrijkse skileerplan)

De oorzaak ligt onder andere in het kijken naar en interpreteren van de skihouding van grote skiërs, zoals World Cup racers, wanneer ze met grote snelheid bochten maken. Het eerste wat opvalt is dat het ski-spoor breed is. Als je echter goed naar hun houding kijkt kunnen we stellen dat ze skiën met de voeten boven elkaar, maar met de benen relatief dicht bij elkaar. Dit is niet zo tegenstrijdig als het lijkt. Er is een verschil tussen uit elkaar en boven elkaar. Er wordt op een schuin vlak gestaan. Dan kan er alleen breed (uit elkaar) gestaan worden als er parallel aan de vallijn, dus recht naar beneden, staan. Maar er worden bochten gemaakt waardoor we schuin de helling afgaan en dus niet parallel aan de vallijn skiën.

brede stand.

Zo kan er vanaf het begin geleerd worden om te stoppen zonder de ploeg in de vallijn.

PMTS zonder kracht

ski’s Positie van de ski’s afhankelijk van de situatie. Breder op een ijzige piste smal in de verse sneeuw en in de buckles. Benen max. 15 cm uit elkaar. De ski’s zijn meer boven elkaar als uit elkaar. De afstand tussen de bovenbenen blijft gelijk. In de bochten zijn de ski’s meer boven elkaar dan uit elkaar. Afhankelijk van snelheid en hellingshoek.
stokken Te veel mensen gebruiken de stokken geheel niet. Plaats de stok daar waar de vallijn de binding kruist, richting de vallijn. Zeker geen voorwaartse beweging of de stok prikken maar tippen. De stokken zullen de bewegingen ondersteunen.
spanning De rompstabiliteit is erg belangrijk. Door je lichaamsspanning ontstaat er een basis waartegen de ski’s kunnen duwen. Zo kan het lichaam door de ski’s steeds in een bepaalde richting geduwd worden.
draaien  1. counter balans en 2. counteracting.

Ad. 1. De bewegingen die we maken om niet te vallen of uit balans te raken.
Ad. 2. Tegen druk geven op de ski’s.

De enkels buigen Doriflexion-plantarflexiondoor de ski’s naar achteren te brengen, dit met een plantareflexie = voet naar beneden brengen in tegenstelling tot de dorsalflexie =  voet om hoog brengen.. Zo ontstaat er weerstand op de druk welke de ski krijgt op de voet. Steunen = actief.
hoek Probeer het binnenbeen meer te buigen met sneeuwcontact, dan zal het buitenbeen zich automatisch strekken. Door het ene been te buigen wordt het andere been gestrekt. Groot verschil met de traditionele benadering want daar moet het been actief gestrekt worden.
dynamisch De ski’s bewegen onder het lichaam door en er zal steeds in balans op de ski’s gestaan moeten worden. De ondergrond duwt tegen de ski’s en met deze kracht zal gewerkt moeten worden. Gewicht verplaatsen van de ene naar de andere ski (Transvere) Insturen en uitsturen van de bocht.
Werken met de verschillende krachten zoals de zwaarte kracht, de wrijving en centrifugaal kracht.
de ski’s De ski’s doen het werk. Door vlak leggen (release) wordt de druk van de ski’s gehaald  en door te kanten (edging) wordt de druk opgebouwd en zullen de ski’s van richting veranderen.  Dat gebeurt bij het insturen van de bocht.
Door gebruik te maken van de tegendruk geleverd door de sneeuw en de zwaartekracht ( = snelheid) worden de ski’s gedraaid en draait het lichaam mee.

Het A-frame (onderbenen wijd, knieën bij elkaar) ontstaat  vaak door kracht te zetten op de ski waarop gestaan wordt. Deze houding  ontstaat vaak als er eerst de ploeg geleerd en geoefend wordt. Of door de standski bewust te willen kanten. Hier een paar voorbeelden hoe het niet zou moeten. De beelden spreken voor zich.

Wat is parallelskiën?

Onze benadering van de parallelskitechniek.

Bij ons is dit goed.

Kijk naar de afstand tussen de bovenbenen.

Ski’s zijn hier boven elkaar en de benen bij elkaar.

Zo houden we een natuurlijke houding.

Dit leren we u in geen geval.

Hier zijn de ski’s en de benen uit elkaar.

Zo kunnen knieblessures ontstaan, want de knie moet om toch kantengrip te krijgen naar binnen worden geduwd.

Dit geeft een onnatuurlijke houding.

Dat er grote verschillen zitten tussen de verschillende benaderingen laten deze foto’s van deze skiërs zien. Parallelskiën is meer dan alleen met de ski’s naast elkaar (parallel) skiën wat vaak gedaan wordt. Er komt ook balans bij en de bewegingen of vaardigheden om in balans op de ski’s te staan. Vaak ontbreekt het aan deze vaardigheden en kost het veel kracht en inspanning om zo parallel te skiën. Met de juiste vaardigheden kost de techniek veel minder kracht en inspanning. Het is dan door de ski’s gedraaid worden en niet de ski’s draaien.

De Linker laat zien hoe het zou kunnen via onze benadering zonder kracht te zetten en de rechter laat zien hoe het is via de algemene benadering met  kracht te duwen.

Kijk naar:

  1. de afstand tussen de bovenbenen,
  2. de gekante ski’s,
  3. de stand van de onderste knie. H-frame en A-frame.
  4. stand van de schouders.
  5. heupen

Kijk hoe de krachtlijnen moeten lopen en zo geen negatieve invloeden hebben op de gewrichten.
Hierin onderscheidt de PMTS benadering zich.

Een bocht bestaat uit twee delen

A. Het insturen van de bocht = naar de vallijn = naar het dal. (high C) Hier wordt geremd en van richting veranderd.

B. Het uitsturen van de bocht = van de vallijn = haaks op de berg.(low C) Hier wordt de snelheid en/of de richting bepaald.

Door eerst te leren uitsturen = stoppen met de ski’s naast elkaar wordt de angst om te snel te gaan voorkomen, want uitsturen is stoppen is haaks op de helling staan.

Steeds is het belangrijk waar wil ik niet naartoe. Bij het inzetten van de bocht wil ik niet verder die kant op, daarom ga ik de andere kant op als ik me tegenhoud. Dat doe ik door de ski’s te kantelen. De ski’s worden in de richting gekanteld waar ik naartoe wil.

Zo wordt er vanaf het begin geleerd de snelheid onder controle te houden. Dit kan door de ski’s op de zijkant te zetten, dit noemen we kanten van de ski’s. Hierdoor draaien de ski’s uit zich zelf en hoeven we de ski’s niet met kracht te draaien.
Bochten maken = remmen = snelheid onder controle hebben. Daarom leren remmen via bochten met de ski’s parallel en niet via ploeg-stop in de vallijn. Kijk naar het spoor in de sneeuw. Zo moet het dus niet. Niet in de vallijn stil trachten te staan, maar haaks op de berg/vallijn.

  • Een A maken, of pizza maken, wordt er ook wel gezegd.  Zeker niet om te stoppen.
  • Bocht maken is stoppen.
  • Via een bocht dwars op de helling staan. Zoals de kinderen zeggen: “Een kikker maken” met de ski  waar we naar toe gaan.

Deze video laat duidelijk zien hoe gevaarlijk een pizza (ploegstop) is en dat er geleerd moet worden om te stoppen door een bocht te maken. Daarom leren we de kinderen bochten maken

Kom hier de juist skitechniek leren en trainen om daar lekker te kunnen genieten,  plezier te hebben en om het daar toe te kunnen passen. (Dan is het niet nodig om daar naar een skischool of skileraar te gaan om de techniek te verbeteren).

Want wat is er niet heerlijker om lekker ontspannen de bergen af te komen.