Leren skiën.

Leren skiën kan soms het gevoel geven alsof je, zonder voorbeeld, een legpuzzel aan het maken bent.

Je probeert eens dit, dan weer dat – om er uiteindelijk achter te komen dat er toch nog puzzelstukjes ontbreken.

Het logische gevolg van deze ontbrekende puzzelstukjes zijn:

  • dat het de ene keer goed gaat en de andere keer niet, zonder dat je snapt waarom of hoe je dat kunt beïnvloeden
  • dat je maar langzaam vooruit gaat, hoeveel tijd je ook aan skien besteedt.
  • dat je vroeg of laat blijft steken op een bepaald niveau, wat je ook probeert.

Bij Portes Du Ski vind je vier belangrijke stukken van de puzzel die doorgaans ontbreken in traditionele skiles, vier missing links tussen jou en relaxter, leuker, succesvoller skien. Welk(e) puzzelstukje(s) mis jij?

  1. Inner Fundamentals.

De nr. 1 manier waarop we het onszelf als skiers moeilijk maken?

We staren ons blind op onze techniek!

Investeren in je bochtjes terwijl je niet óók mentaal traint is dweilen met de kraan open. 

Want hoe goed je je bocht ook krijgt, ben je niet mentaal getraind dan blijven jij en dus ook je techniek gevoelig voor storende factoren zoals onzekerheid, spanning en druk; geluiden, gedachten, emoties en veranderende omstandigheden kunnen hier ook een bijdrage in leveren

Dankzij PMTS Fundamentals kun je tijdens het glijden rustig en relaxt blijven, ongeacht de omstandigheden. Want er is kennis van als ik dat doe, dan gebeurt er dat. Dat is wetmatig en zal steeds plaats vinden en niet veranderen. Zo kan je, je eigen coach zijn in de bergen.

Waardoor je niet alleen op de skibaan, maar in élke situatie kunt vertrouwen op je techniek en ontspannen kunt genieten van je glijden in de bergen.

  1. bocht Fundamentals.
    Veel skiers zijn te veel bezig met de buitenkantvan de bocht, met hoe hij eruit ziet. (Spiegel kijken)

In de binnenkant, de structuur van de bocht, ligt echter de enige echte sleutel tot een stabiele, explosieve beweging. 

Hier ligt dan ook dé reden dat skiers vroeg of laat vastlopen en naarmate ze ouder worden zelfs achteruit gaan: omdat we niet beter weten, bouwen we onze bocht-structuur op de spieren. En als dan je spiermassa afneemt naarmate je ouder wordt, raak je snelheid kwijt.

De PMTS Fundamentals bieden een alternatief: bouw je bocht niet op spieren, maar op de pezen en het skelet!

Dankzij deze skeletstructuren – kun je met verbluffend weinig spier(in)spanning – je spieren blijven tijdens de bocht zo zacht als een zijden hemd, ‘shirt’ – maximale kracht en explosief vermogen genereren.

Dus ook als je niet gespierd bent.

Dus ook tot op hoge leeftijd.

  1. innerlijke Fundamentals.
    Veel skiers weten heel goed WAT er anders moet aan hun techniek, maar niet HOE ze die ‘bocht change’ effectief kunnen inslijpen.

Hierdoor kan het maanden, zo niet jaren duren voordat een bocht-verandering beklijft.

Dankzij PMTS Fundamentals, een serie tijdloze trainingsprincipes, weet je voortaan zeker dat je je trainingstijd goed benut.

In plaats van domweg bochtjes maken en voor je gevoel ‘maar wat te doen’, maak je je nieuwe bocht sneller herhaalbaar – zodat je steeds minder vaak terugvalt in je oude beweging.

Wat is jouw missing link?
Heb je het gevoel dat jij ook één of meerdere stukjes van de skipuzzel mist?

Zo ja, wat is de ‘missing link’ die jou ervan weerhoudt je doelen te bereiken?

bocht FUNDAMENTALS

Parallelskien doe je niet met je spieren, maar met je skelet

Vind je het ook zo onvoorstelbaar als je de pro’s op tv hun bochten ziet maken?

Hun bocht is ontspannen, moeiteloos, vaak een kleine, compacte beweging die meer lijkt op een dans dan op een hele bocht – en toch gaan ze harder dan jij durft te dromen!

In deze observatie ligt een contra-intuïtieve maar belangrijke waarheid verborgen: hard skien vraagt niet om inspanning, maar om ontspanning.

(Ergens wéét je ook wel dat dat waar is: met hoe meer kracht je gebruikt, hoe slechter het immers meestal gaat!)

Echter, je zult wel merken: als jij net als die wereldtoppers een heel ontspannen bocht maakt, dan gaan de ski’s misschien wel parallel, maar meestal ook minder snel dan je gewend bent.

Waarom leidt ontspannen bewegen bij jou niét tot sneller glijden? Wat heb je, behalve ontspanning, nog méér nodig voor meer snelheid? Zonder dat je inboet aan stabiliteit en nauwkeurigheid?

Het antwoord op deze vragen ligt in de structuur van je bocht.

Structuur

Een goede, stabiele bocht ziet er niet alleen aan de buitenkant goed uit. Ook van binnen moet het kloppen: de bocht moet over structuur beschikken.

Vergelijk het met een gebouw à la de kathedraal van Beauvais. In de 13e eeuw de hoogste kathedraal ter wereld, zag dit bouwwerk er van buiten indrukwekkend uit. Het stortte echter in omdat de structuur ervan niet klopte.

Zoals de structuur van een kathedraal bestaat uit een constructie van steunberen, muren, bogen en pijlers, zo wordt de structuur van een goede swing gevormd door de botten en pezen in de armen, benen en romp in bepaalde posities te brengen.

Mist je lichaam, mist je bocht deze skeletstructuur, dan is het onvermijdelijk dat je in één van de volgende twee valkuilen belandt.

Valkuil 1: structuur dankzij spierkracht (het duwen)

Sommige skiers zoeken de structuur van hun bocht – meestal onbewust – in de spieren. Skien op spierkracht is echter een doodlopende straat.

Sowieso op de lange termijn, want hoe ouder je wordt, hoe minder spieren je hebt, hoe slechter je dus zult worden.

Maar ook op de korte termijn kun je je bocht-structuur beter niet op je spieren baseren. Immers, hoe meer je je spieren aanspant, hoe verkrampter je gaat bewegen! Het resultaat is geen bocht, maar een zogeheten duw.

Deze verwoede duw door de bocht kenmerkt het spel van veel mannen. Hoewel de gemiddelde duwer vaak best tevreden is over zijn snelheid, kost het teveel aan spierspanning (waardoor hij bijvoorbeeld zijn bocht vaak niet afmaakt) hem niet alleen veel precisie (duwers slaan maar weinig rechtdoor) maar ook tientallen meters – hij haalt er écht niet uit wat erin zit.

Valkuil 2: géén structuur (de draai)

Hard glijden vraagt dus om ontspannen spieren, maar mist je bocht skeletstructuur, dan schiet je weinig op met die ontspanning. Want zodra je je spieren ontspant (of als je maar weinig spieren hebt) verliest je bocht álle structuur, wordt-ie een soort pap en glij je nóg veel langzamer dan nodig. Het resultaat, de zogenaamde draai, zie je met name bij vrouwen; ski’s gaat meestal wel netjes parallel, maar daarmee is alles dan ook gezegd.

Je spieren aanspannen is dus geen optie, omdat de boel dan verkrampt. Maar met ontspannen spieren skien – zoals die topskiers met succes doen – heeft bij jou niet het gewenste effect, omdat je bocht dan een soort pap wordt en de boel ineenstort. Hoe kom je nu uit deze impasse?

Wil je geen duw of een draai, maar een echte bocht? Waarmee je volwassen snelheden haalt én de ski’s parallel houdt? Dan heb je feitelijk maar één optie: een bocht-structuur ontwikkelen die niet gebouwd is op de spieren, maar op de pezen en het skelet – zodat de spieren kunnen ontspannen zonder dat je bocht structuur verliest.

Stevig staan. Houding.

In onze armen, benen en romp zitten skeletstructuren verstopt waarmee we in staat zijn om – met minimaal gebruik van spieren! – enorme krachten te genereren.

Deze heel specifiek structuren werden ontdekt in de Oosterse krijgskunst en als ‘IJzeren Hemd’-technieken doorgegeven en verfijnd. Eeuwenlang golden deze technieken als fundamentals van de krijgskunst en in man-tegen-man-gevechten als een machtig wapen.

Toegepast in de skibocht is het effect ervan al net zo verbluffend: de combinatie van een krachtige skeletstructuur (zo sterk als ijzer, ‘iron’) met ontspannen spieren (zo zacht als een zijden hemd, ‘shirt’) is de enige echte sleutel tot een weergeloos skicontact en héél hard – en nauwkeurig gecontroleerd– glijden. (Dus ook als je niet gespierd bent, dus ook tot op hoge leeftijd!)

Deze ‘IJzeren Hemd’-technieken zijn in de Westerse skiwereld (nog!) vrijwel onbekend: in het gangbare skionderwijs is niemand hiervan op de hoogte. Dat topskiers, deze meestal wel in hun bocht hebben zitten, komt omdat ze deze structuren in de loop der jaren via een lang en moeizaam proces van trial & error al dan niet toevallig hebben ‘gevonden’. En zij die daar niet in slaagden, hebben de top nooit bereikt.

PMTS zegt: leer deze bocht Fundamentals vanaf les 1 en bespaar jezelf ontzettend veel tijd, geld en frustratie!

Je nieuwe bocht sneller stabiel

Maak je ‘bocht change’ simpeler en je nieuwe bocht sneller herhaalbaar. Niet door vaker te oefenen, maar door (véél) EFFECTIEVER te trainen. Dit aan de hand van True Practice Fundamentals. Met deze tijdloze trainingsprincipes weet je zeker dat je je tijd op de rollerskibaan goed benut in plaats van ‘maar wat te doen’. 

Niets zo frustrerend als telkens weer terugvallen in dezelfde hardnekkige fout en je ‘oude’ bocht.

Zeker als je veel tijd & geld aan lessen & trainen besteedt en je dus toch maar niet verder komt.

Je wéét wel wat er anders moet, maar krijgt het er maar niet in!!

Zou vaker oefenen helpen? Natuurlijk is trainen belangrijk, maar je vindt het saai en houdt het daarom niet lang vol. Of je gaat gewoon liever de baan in dan (nog) meer oefenen.

En meer lessen nemen? Tja, of dát nou de oplossing is… Die vorige lessen hebben ook niet echt geholpen, dus waarom een nieuwe les wel? Bovendien weet je best wat je fout doet: dat hoeft een skileraar je niet nóg eens te vertellen.

Moet je dan maar accepteren dat je niet anders kunt dan dit? Dat je oude groef zó diep is, dat het een kansloze missie is je bocht nog te verbeteren? Hm, echt vrolijk word je daar natuurlijk ook niet van.

Veel skiers zitten in deze ogenschijnlijke impasse: we verlangen er best wel naar beter te worden, maar willen of kunnen niet nog meer tijd aan skien – en met name trainen – besteden.

Betekent dit inderdaad het einde van onze groei en kunnen we onze aspiraties beter laten varen? Of moeten we stoïcijns door blijven gaan, in de hoop en verwachting dat het kwartje óóit valt?

True practice

Er is een derde antwoord, een weg uit deze impasse, en in twee woorden samengevat luidt dat antwoord als volgt: TRUE PRACTICE.

Oftewel: de kunst van het véél effectiever (en leuker, en gezonder) slijpen aan je bocht.

Want wat blijkt: hoe VAAK je oefent, doet er werkelijk véél minder toe, dan hoe EFFECTIEF je traint.

Je kunt nog zo goed weten WAT er anders moet, maar als je niet goed weet HOE je zo’n ‘bocht change’ het beste aanpakt, kun je daar maanden, zo niet jaren, mee bezig zijn (als je tegen die tijd niet al gestopt bent met skien tenminste…). Weet je echter wél HOE ’true practice’ werkt, dan zal het je verrassen hoe snel je kunt vertrouwen op je ‘nieuwe’ bocht.

Tijd is dus minder belangrijk dan we allemaal denken. Met één UUR effectief trainen kun je letterlijk méér vooruitgaan dan in een hele MAAND ‘maar wat doen’.

En dat we op de helling allemaal ‘maar wat doen’ is precies de reden dat we oefenen ‘saai’ vinden en ‘liever langs de palen gaan’ – maar versta je de kunst van true practice, wéét je wat je doet & waarom en merk je dat het wérkt – geloof me, dan wordt oefenen leuk. Sterker: je zult er geen genoeg meer van krijgen!

3 Wetten & 3 Fundamentals

Hoe je ervoor zorgt dat je jouw trainingsuurtjes ook zo effectief (en leuk) maakt, in plaats van ‘maar wat te doen’, ‘de hellingen te vullen’ en er niet op vooruit te gaan?

Dat staat of valt met

  • kennis van de ‘3 wetten van true practice’, gebaseerd op duizenden jaren ervaring in de martial arts én op ‘cutting edge’ wetenschappelijk onderzoek naar hoe onze hersenen een beweging aanleren;
  • toepassing van die wetten via de ‘3 true practice fundamentals’: tijdloze trainingsprincipes die je leerproces tot 10 maal (!) kunnen versnellen, in de skiwereld echter zelden onderwezen, laat staan consequent toegepast.

Ga je op basis daarvan trainen dan weet je niet wat je overkomt.

Stel je maar eens voor hoe het zou voelen om, de volgende keer dat je gaat trainen, niet alleen te weten WAT er anders moet, maar ook precies HOE – met welke fundamentals – je die bocht change snel kunt bereiken!

Dat oefenen niet langer voelt als tijdverspilling omdat je er toch niets mee opschiet, maar als zinvol en blij-makend, omdat je niet alleen wéét maar ook merkt dat je je tijd goed benut.

Dat trainen niet alleen leuk wordt, maar dat je er zelfs geen genoeg van kunt krijgen – omdat er nou eenmaal niets mooier is dan je bocht per trainingssessie beter te zien worden.

Dat als het even niet gaat, je tools tot je beschikking hebt om het tij te keren.

Dat je na een uurtje trainen niet vermoeid, maar verkwikt van de helling stapt.