Juiste instructie
Juiste instructie
De eerste instructie is van essentieel belang, maar wordt vaak onderkend.
Wat het eerst geleerd of gedaan wordt, is erg belangrijk maar wordt onderschat.
Op de skischool kunnen we vaak direct zien of iemand al eens op de ski's heeft gestaan of niet. Ook al is het maar één keer of lang geleden geweest.
Zijn er dan géén juiste bewegingen gemaakt, dan zullen deze eerst afgeleerd moeten worden.

Juiste beweging.
Door de juiste bewegingen te maken, kan skiën leuk zijn.
Maar er zal dan wel aan een aantal voorwaarden moeten worden voldaan.
De voorwaarden zijn echter zeer individueel en hangen van de persoonlijke behoeftes af .
We kunnen ons o.a. afvragen wanneer is skiën leuk of niet leuk.
Wat kan de uitdaging van het skiën zijn en hoe kunnen we daaraan voldoen zodat de uitdaging een positief effect heeft.
Steeds geconfronteerd worden met mislukkingen is nooit leuk dus zal de uitdaging een redelijke kans van slagen moeten hebben.
Zo is snelheid controle van essentieel belang bij het skiën. Een van de regels op de piste.
Hoe steiler de helling des te harder kunnen we gaan. Let op er is gesteld kunnen dus niet dat we dan ook gaan.
Skiën zonder zwaarte kracht is niet mogelijk. Door de zwaarte kracht glijden we naar beneden en hoe steiler de helling des te harder trekt de zwaarte kracht ons naar beneden.
De uitdaging kan daarom zijn hoe beheers ik deze zwaarte kracht.
Skiën is een spel met de zwaarte kracht en daardoor met de snelheid die hierdoor kan ontstaan.
Het is dan ook belangrijk om te weten hoe deze zwaarte kracht loopt. Dit noemen we ook wel de vallijn. De vallijn is de lijn waar langs een voorwerp naar beneden komt zonder dat daar verder krachten op wordt uit geoefend. Een stuksteen of een bal volgen de zelfde weg als deze boven aan een berg worden los gelaten.
Met skiën is dit het zelfde, staan we op ski’s en houden we deze vlak dan zullen de ski’s ook deze lijn gaan volgen.
De vallijn is de lijn welke richting het dal wijst, dus richting het dal gaan we het snelst.
Wat moet er gedaan worden om niet snel te gaan, is dan de volgende vraag.
Houden we de ski’s haaks op de vallijn op de zijkant, dan zal er niets gebeuren.
Dit noemen we kanten, de ski’s op de zijkant zetten. Bij het lopen op een schuinvlak doen we dit van nature. Dan zetten we de voeten ook op de zijkant.
Houden we de ski’s vlak dan willen deze zijwaarts gaan glijden en zetten we ze weer op de zijkant dan stoppen we weer.
De houding op de ski’s is hier wel belangrijk. Is er meer gewicht op de punt dan gaat de punt eerder naar beneden. Dit is net zoals met een wip, of balans (weegschaal) waar het meeste gewicht is gaat het eerst naar beneden. Dus staan we te veel op de hakken dan zullen we achterwaarts naar beneden gaan.
We zien dus dat de houding op de ski’s belangrijk is.
Door de juiste houding kunnen we de richting van het glijden bepalen.
De zijkanten van de ski’s bepalen samen met de vallijn de snelheid waarmee er gegleden wordt.
Haaks op de vallijn staan we stil en parallel met de vallijn gaan we het snelst.
Elke variant er tussen bepaalt de snelheid. Meer haaks langzaam meer parallel sneller.
Willen we langzaam gaan dan zullen we schuin moeten oversteken, dus steeds naar de zijkant van de helling moeten skiën.
Op deze manier hebben we de snelheid onder controle en zal skiën leuk zijn en wel voor iedereen of er nu hard of zacht geskied wil worden.
Willen we harder dan zullen we naar beneden moeten stappen en willen we langzamer dan zullen we om hoog moeten stappen.
Stappen we om hoog dan beginnen we met de bovenste ski en stappen we om laag dan beginnen we met de onderste ski.
De bovenste ski is de bergski en de onderste ski is de dalski.
De beweging begint met de ski waar we naartoe willen. Langzamer eerst bergski, sneller eerst dalski. Willen we langzamer dan staan we op de dalski, dan gaan we richting de berg met de bergski en zullen we stoppen, want we komen haaks op de vallijn te staan.
Willen we sneller dan staan we op de bergski en gaat de dalski richting dal. Zo kunnen we spelen met de snelheid.
Alleen bij het schuin oversteken is er steeds een probleem er zal van richting veranderd moeten worden want de helling houdt op.
Richting veranderen heet bocht maken. Om een bocht te kunnen maken hebben we controle over de ski’s nodig. Hoe beter de controle is hoe makkelijker de richtingveranderingen gaan.
Het leren beheersen van de ski’s en het goed er op staan is dus heel belangrijk.
De te volgen methode bepaalt hoe snel de ski’s beheerst worden en hoe er op de ski's gestaan wordt .
De traditionele methode waarin geploegd wordt om de snelheid te beheersen is een lange leer weg, gaat via vele omwegen en daardoor veel risico’s om verkeerde bewegingen te leren. Via het bewegen van het lichaam worden de ski’s bewogen en wordt er van richting veranderd.
Door de verkeerde benadering zijn er veel skiërs of skiesters die de snelheid niet onder controle hebben of geen bocht kunnen maken zonder kracht te gebruiken en hierdoor wordt het plezier in het skiën ontnomen.
De PMTS direct parallelskiën is een korte leerweg, deze gaat uit van natuurlijke basis bewegingen waarbij de ski’s elkaar nooit kunnen kruisen en altijd parallel staan. Het bewegen van de ski’s staat hier centraal, door de ski’s in een hoek te plaatsen moet het lichaam ook bewegen om in balans te blijven. Laat je draaien door de ski’s maar draai zelf de ski’s niet.
Deze methode gaat uit van het boven beschreven principe en maakt gebruik van de nieuwe ontwikkelingen van de ski’s, skischoenen en stokken.
Volgens onze visie is het skiën leuk en zal het alleen maar leuker worden.

Laatst aangepast (vrijdag, 28 mei 2010 11:39)